Plant van de maand - Juni 2009
Iedere maand zal ik een plant uit mijn tuin, die op dit moment opvalt, ofwel door bloemen of bladeren, kiezen. Deze plant wordt dan in detail beschreven, herkomst, standplaats,...
Solanum muricatum (Pepino)
Ook meloenpeer of appelmeloen genaamd.
De pepino behoort tot de familie van de nachschade-achtigen (Solanaceae). De solanaceae behoort met zijn 1700 soorten één van de grootste plantengeslachten. Hieronder vinden we ook de aardappel, tomaat, paprika, ... . Hoe eigenaardig het ook mag klinken maar bijna alle vruchten van de solanumsoorten zijn giftig of tijdelijk giftig. Zoals de paprika, tomaat, pepino, ... in beginstadium en zolang ze niet goed rijp zijn kunnen ze in bepaalde mate giftig zijn. De mate van giftigheid wordt bepaald door de soort en de bodem waarin de plant groeit. Vb. de aardappel zijn alle delen van plant bovengronds giftig, zowel de bladeren als de bessen ook als ze rijp zijn.
Hoe divers de nachschade soorten ook zijn in bladvorm en groeistructuur, in bloei is de Solanum bijna altijd te herkennen. Bijna alle bloemen hebben een vijfdelige kroon, die alleen of in sierlijke trossen bijneen staan. Het meest opvallende is dat alle bloemen een goudgeel kegeltje hebben waarvan een snaveltje zowaar uit de bloem springt. Dit komt omdat het kegeltje gevormd wordt door samengegroeide, lange meeldraden, waarvan de helmknoppen langer zijn dan de meeldraden. Deze omsluiten de stijl, die juist buiten het kegeltje uitsteekt.
Deze maal nemen we uit de solanumsoorten de
Solanum muricatum ofwel ook de meloenstruik genaamd.
Deze soort komt niet voor in het wild maar zijn oorsprong is vermoedelijk van uit de Andes. In zuiderse landen worden deze zoete, sappige vruchten op grote schalen gekweekt. Hier bij ons kunnen we ze als kuipplant opkweken die ook hier bij ons eetbare vruchten oplevert. Door de vorm die op een peer gelijkt en de smaak naar meloen gaat, wordt deze vrucht ook wel eens de meloenpeer genoemd.
De meloenstruik groeit uit tot een 90 cm hoge bossige halfheester. Na een zelfbestuiving komen de paarsblauwe bloemen tot een gladde vrucht. In het voorjaar ontwikkelen zich een aantal okselscheuten waarvan er een aantal worden verwijderd. Aan de overgebleven takken kunnen zich dan optimaal vruchten vormen. In het groeiseizoen (na 15 mei) kunnen de planten worden buiten gezet. Dan vragen de planten veel water en een regelmatige bemesting. In de herfst worden ze binnengehaald en teruggesnoeid. Tijdens de wintermaanden vraagt de plant weinig verzorging. De potkluit vochtig houden is voldoende. Na de winter kan ze terug worden buiten geplaatst.
De pepino wordt vermeerdert door zaaien of stekken. Deze kan reeds na enkele maanden reeds vruchten dragen, de stekken iets eerder dan de zaailingen.
|