Plant van de maand - Januari 2010
Iedere maand zal ik een plant uit mijn tuin, die op dit moment opvalt, ofwel door bloemen of bladeren, kiezen. Deze plant wordt dan in detail beschreven, herkomst, standplaats,...
Salix alba (knotwilg)
Salix vormt samen met de Populus (populieren) en Chosenia (andere naam voor sommige wilgesoorten vb. Chosenia arbutifolia = Salix arbutifolia) de familie van de wilg-achtigen (Salicaceae). De wilgen komen vooral voor in de gematigde zones voor tot in het noordelijke halfrond en ook tot in het uiterste zuiden van Zuid-Amerika en Zuid-Afrika. In Australie komen ze niet voor. De wilgen groeien niet graag in bossen en men komt ze dan ook meestal tegen in open landschappen waar ze verspreid het landschap vertegenwoordigen. Hieruit kunnen we opmaken dat de wilg graag veel licht heeft. In onze polders vindt je ze dan ook veelal langs akkers en weiden. Ze groeien graag in vochtige tot zelfs zeer natte gronden. Men vindt ze dan ook veelal terug langs grachtkanten. Deze wilgerijen vallen dan ook op in het anders heel open polderlandschap. De salix alba kan uitgroeien tot een heuse boom, maar wordt veelal om de zo veel jaren geknot. Dit heeft dan ook een typisch beeld in het landschap. Stammen met een knoestige kop er bovenop. De boom kan tot 60 jaar oud worden en een hoogte bereiken van 25 m. Het hout van de wilg is gemakkelijk te bewerken en is zeer geschikt om klompen uit te maken, beter dan uit het hout van de populier.
Boeren gebruikten het hout van de wilg voor alles en nog wat. Van de takken werden er omheiningen mee gemaakt, staken, stelen voor het gereedschap,...
Daar de hedendaagse boer geen gebruik meer maakt van het hout vermindert jaarlijks het aantal knotwilgen. Vrijwilligers nemen op sommige plaatsen het intensieve werk over van het knotten van de wilgen om zo het karakter in delen van het landschap te kunnen behouden.
De bladeren van de knotwilg zijn smal en hebben een blauwgrijze kleur. Ze geven hiermee in de zomer dan ook een mooi kleureneffect in het landschap.
De wilgen zijn tweehuizige planten. De mannelijke bloemen vallen het meest op. Dit zijn namelijk de katjes die we aan de boom zien hangen. Deze katjes zijn samengesteld uit een aantal bloempjes zonder kroonbladeren. Elk bloempje bevindt zich in de oksel van een miniscuul schutblaadje. Doordat deze kleine schutblaadjes dikwijls lange, zilverachtige haren bezitten, krijgen veel katjes het zilverwitte of zilvergrijze, zacht fluwelige uiterlijk. De vrouwelijke bloemen zijn groen van kleur en kunnen zelf qua lengt de mannelijke overtreffen. Maar door hun kleur vallen ze minder op. De bestuiving gebeurt door tussenkomst van insekten die stuifmeel of honing komen verzamelen. Zowel de mannelijke als vrouwelijke bloemen bezitten nectarklieren. Het zaad heeft maar een korte tijd kiemkracht en wordt verspreid door de wind. Het zaad bevindt zich in witte zweefpluis. Hierdoor wordt de wilg dan ook bijna altijd uit stek vermeerderd.
|