Plant van de maand - December 2011
Iedere maand zal ik een plant uit mijn tuin, die op dit moment opvalt, ofwel door bloemen of bladeren, kiezen. Deze plant wordt dan in detail beschreven, herkomst, standplaats,…
Pinus
De Pinus behoort tot de familie van de den-achtigen of de Pinaceae. De dennen groeien over geheel het noorderlijk halfrond. In het noorden tot boven de poolcirkel tot in het zuiden aan de evenaar. Sommige soorten groeien in extreme omstandigheden, op gronden die bijna gans het jaar zijn vervroren, in gebieden waar bijna kontstant zeewinden zijn, op zeer arme kale gronden of rotsen,…
Vele soorten kunnen tot 200- 500 jaar oud worden. In de White Mountains in Californie staat er een Pinus aristata var. longaeva die bijna een leeftijd 5000 jaar kan bereiken.
Dennen zijn altijd wintergroen en de naalden staan in bundels. Elke bundel kan van 2 tot 5 naalden bevatten, dit nrgl. de soort. Dennen zijn eenhuizig, dwz. dat een boom zowel vrouwelijke als mannelijke bloeiwijzen bevat. Mannelijke bloemen staan in dichte trossen rond de basis van jonge loten. De kleur kan geelgroen, roze of rood zijn. De vrouwelijke bloemen zijn minder talrijk, kleiner dan de mannelijke en meestal rood.
Uit die vrouwelijke bloemen komen dan de lange kegels. Na bevruchting ontwikkelen zich dan de zaden. Na twee à drie jaar openen zich
de kegels om de zaden vrij te laten. Sommige soorten zoals de Pinus sylvestris hebben gevleugelde zaden die zich door de wind kilometers verder zich kunnen uitzaaien. Sommige kegels openen zich pas na hevige hitte zoals bij bosbranden, dit is zo bij de Pinus attenuata. Bij de Pinus coulteri kunnen de kegels tot 2 kg. wegen en bij de Pinus lambertiana kunnen ze tot een 50 cm lang worden. Daar de meeste dennen te breed en te hoog groeien zijn er weinig geschikt voor in onze tuinen.
Enkele traaggroeiende soorten die toch in de tuin kunnen worden aangewend :
In de grotere tuinen kan men de Pinus nigra nigra (Oostenrijkse den), Pinus heldreichii var. leucodermis (Bosnische den), Pinus strobus (Weymouth den), Pinus sylvestris (Grove den), Pinus wallichiana (Tranenden), is een treurvom met blauwgroene naalden.
Voor mindere grote tuinen hebben we de Pinus sylvestris 'Glauca' met blauwgroene naalden en de Pinus sylvestris 'Watereri' die tot een kleine boom van ongeveer 4 m . uitgroeit. De Pinus sylvestris 'Fastigiata' is een zuilvorm die in de breedte niet veel plaats inneemt.
In de kleinere tuinen kunnen we variëteiten van de Pinus mugo (Dwergden) gebruiken. Pinus mugo var.mughus die tot ongeveer 150 cm
hoog groeit. Deze groeit meestal breder dan hoog. Pinus mugo var. pumilio is meer een kruipende variëteit . Deze groeit altijd breder dan de hoog. Pinus mugo 'Mops' is bijna een echte dwerg en groeit meestal niet hoger dan 100 cm. De vorm is een brede bolvormige struik. Pinus mugo 'Humpy', een echte dwergvorm, groeit niet hoger dan 25 cm en is zeer geschikt voor bakken, rotstuinen en daktuinen.
Dennen groeien het liefst op neutrale tot lichtzure gronden die niet te nat zijn. Enkele verdragen kalkrijke gronden zoals de Pinus mugo, Pinus sylvestris en de Pinus nigra nigra. Deze laatste drie soorten zijn ook goed bestand tegen luchtverontreiniging en kunnen gemakkelijk in stedelijk gebied en industriegebieden worden aangeplant.
De Amerikaanse zoals bv. de Pinus strobus soorten zijn gevoeliger voor klimaatwijzigingen en kunnen onderhevig zijn aan schimmelziekten en insektenplagen. Het vermeerderen gebeurt door zaad. De cultuurvarieteiten worden gestekt of veredeld. Als onderstammen voor de tweenaaldige soorten wordt Pinus sylvestris of de Pinus nigra nigra gebruikt. Voor de vijfnaaldige meestal de Pinus strobus.
|